Op de radar
Er waren zorgen, veel zorgen. Om haar, de dame van 87 jaar. Met een heel leven er al op, werd ze toch opgemerkt, kwam ze op de radar. De buurman was de vieze geuren nu wel zat en ook de woningbouw vond dat ze er eens naar binnen moesten kunnen om de keuken te repareren die al zo lang buiten gebruik was. Wat schrokken zij, toen ze eenmaal binnenkwamen.
Een melding werd gedaan en zo kwam het dat ook wij voor de deur stonden, probeerden een praatje te maken. En precies daar, daar gaat het om. Het contact maken met de ander, verbinding zoekend om binnen te mogen komen, te komen helpen, te zien en te ervaren. Te zijn in dat wat zo kwetsbaar, zo eigen en vertrouwd is. Om daar te komen vertellen dat er zorgen zijn en dat we stappen moeten maken, dat we niet zo gek veel tijd meer hebben omdat de woningcooperatie al een kort geding is gestart omdat het zo eigenlijk niet langer kan. Om te zeggen dat die veiligvoelende spullen, zo opeengehoopt in de loop van de jaren, weg moeten om een uithuiszetting op deze leeftijd te voorkomen.
Het verdriet, de woede, de weerstand die erop volgt. De deur die weer dicht gaat en toch voorzichtig weer opengaat. Op een kier. Door vasthoudendheid en herhaaldelijke pogingen laten we zien dat we te vertrouwen zijn. Herhalend dat het ons doel niet is om de woning leeg te ruimen, maar wel om haar te laten wonen, tot haar laatste zucht, in haar huis, vol herinneringen, zo eigen, zo van haar.
Een leven, daar geleid, zo op het einde, ruw verstoord. Ongehoord en toch gehoord.
Het is gelukt.